Flexwerkers in het algemeen
Het idee van de nieuwe flexibele werknemer is bedacht door werkgevers. Werkgevers wilden dat personeel vaker van functie en baan wisselt, mobieler is en breder inzetbaar. En door te doen of er een nieuw type werknemer is opgestaan, proberen de werkgevers hun eigen wensen te verkopen. Flexibiliteit is de basisbehoefte van bedrijven. Onder druk van de wereldwijde concurrentie en de wensen van de consument, moeten ondernemingen steeds sneller inspelen op veranderingen in de markt. Ze moeten continu innoveren en reageren op de concurrent, en wel tegen zo laag mogelijke kosten.
De consument wil steeds wat anders, maar eist tegelijkertijd hoge kwaliteit tegen een zo laag mogelijke prijs. Om die reden willen werkgevers het liefst een kleine kern met vast, overal inzetbaar personeel en daaromheen een grote groep tijdelijke-, oproep- of uitzendkrachten. Maar ook de houding van werknemers ten opzichte van hun werk verandert.
Werk is voor veel mensen geen levensvulling meer maar een manier om jezelf te ontwikkelen. Het gevolg hiervan is dat er steeds meer voltijdwerkers in deeltijd willen werken en dat in steeds meer huishoudens beide partners een baan hebben. Werknemers proberen steeds meer hun werk op hun persoonlijke omstandigheden af te stemmen. Omdat werkgevers en werknemers dus beiden naar flexibilisering van de arbeidssituatie streven maar er in de praktijk vaak onduidelijkheid bestaat over de rechtsposities van de werknemer heeft de overheid de flexwet ingevoerd. Hierin moet zowel aan de wensen van de werkgevers als de werknemers worden tegemoetgekomen, anders kan de flexibilisering geen succes zijn.